九州大学学術情報リポジトリ
Kyushu University Institutional Repository
旧オランダ領東インド華僑・華人法制関連文献目録 : 1848-1949
西, 英昭
九州大学大学院法学研究院 : 准教授
http://hdl.handle.net/2324/1657765
出版情報:Bulletin of the Society for Legal History. 18, pp.174-192, 2015-03-30. 法史学研究会 バージョン:
権利関係:
【文献呂録】
旧オランダ領東インド華僑・華人法制関連文献目録( 1848‑1 9 4 9 )
醤 英 昭
本稿は1848
〜
1949年に!日オランダ領東インドにおいて活動した華僑・華人の法制に関 する関連文献の目録である。!日オランダ領東インドにおける華僑・華人につき、日本では 戦前、特に第二次世界大戦末期を中心として相当量の研究が発表され、戦後も相応の活況 を呈しているが、こと法制に限るとなると残念ながらそう多いとは言えないのが現状であ ると思われる。周知のとおりオランダはインドネシアに対し植民地統治安行ったわけであるが、その際 特に現地の商業において重要な地位を占め、インドネシア人との仲介役として活動した華 僑・華人はオランダ人にとって無視できない存在であり、その法文化への関心からオラン ダの「中国j法学が立ち上がってきたという経緯がある。その過程については別稿で概略 を紹介したいと思うが、世界各地で展開してきた東洋法制史学の重要な一翼でありながら、
これまでわが国では殆んど注目されなかったオランダにおける f中国j法学の展開過程を 垣間見る縁として、今回関連関語文献の畏録を編集することとした。
過去編纂された華僑・華人の法制度に関する文献目録としては、第二次世界大戦末期に 東亜研究所編『務領印度華僑関係文献呂録』(伺所・ 1941)がまとめられている。しかし、
同警は所内資料としてごく限られた部数配布されたものなのか、薬半紙をステープラー留 めした非常に簡易な装丁のものであり、管見の限り現夜では秋田大学図書館にのみ所蔵さ れている。同目録は華僑に関する様々な分野の文献を収集しているが、法制についてはや はり不足の感が否めないため、戦後オランダにおいて編纂されたGerardA. Nagelkerke, τ'he Chinese in Indonesia, A Bibliography, 18th Centu巧r 1981, Leiden: Library of the Royal Institute of Linguistics and Anthropology, 1982.を併用し、このこ冊から法制 関連の薦詩文献を抽出し、時代順に並べ、目録を作成することにした。
ただ筆者はインドネシア史・オランダ史の専門家ではないため、多く
E
重要な文献を見落 としている可能性がある。大方の教示を請うとともに、本目録がささやかながら会員各位 の華犠・華人法制史への興趣をかき立て、また何らかの形で汚jl途お役に立つようであれば 幸いである。目録
Haksteen, P. en R. De Klerk. Chineesch regt.
174
Het Regt in Nederlandsch-Indie, cll.2, 1850, pp.311 - 341.
CAnoniem)
Policie-rol te Batavia. ,Begrip van vaderlijke magt onder de Chinezen.
Het Regt in Nederlandsch-In die, cll.2, 1850, pp .25 - 31.
CAnoniem)
Bepalingen betreffende de adoptie van kinderen van Chinezen, Mahomedanen en andere onchristenen, bepalingen omtrent de huwelijken der Jentieven.
Het Regt in Nederlandsch-Indie, cll.4, 1851, pp.68 - 78.
CAnoniem)
Bijdragen tot de kennis van de wetten en instelligen der Chinezen in Nederlandsch Indie.
Tijdschrift voor Nederlandsch Indie, jrg.15, cll.1, 1853, pp.241 - 255.
Graafland, J.
Echtscheiding volgens de Chinesche wetten.
Het Regt in Nederlandsch-Indie, cll.11, 1855, pp.17 - 18.
Junius van Hemert, F.
Mogen Chinezen, welke tot denzelfden stam behooren, met elkander een huwelijk aangaan?
HetRegt in Nederlandsch-Indie, cll.11, 1855, pp.16 - 17.
Kinderen, T.H. der,
Mag in eene strafzaak de Chinesche schoonmoeder van den Chineschen beklaagde, wanneer het huwelijk van dezen met hare dochter ontbonden is, zonder zijne toestemming als getuige onder eede worden gehoord?
Het Regt in Nederlandsch-Indie, cll.11, 1855, pp.177 - 180.
Kinderen, T.H. der,
Wijzen van eedsaflegging, in gebruik bij de Chinezen.
Het Regt in Nederlandsch-Indie, cll.15, 1858, pp.169 - 171.
Hageman,J.
Successieregt bij de Chinezen. -- Regeling omtrent de erfenissen en besterfenissen volgens het boek Taij Tjing Loet.
Het Regt in Nederlandsch·Indie, dl.17, 1859, pp.365 - 366.
Eekbout, R.A.
Het erfregt der Chinezen in Nederlandsch·Indie en zijne onzekerheid. -- Noodzakelijkbeid om dit onderwerp door wettelijke bepalingen te regelen.
Het Regt in Nederlandsch·Indie, dl.19, 1861, pp.133 - 154.
Schlegel, G.
Chineesch regt. lets over Chinesche testamenten, donatien en erfopvolging.
Het Regt in Nederlandsch-Indie, dl.20, 1862, pp.369 - 374.
Francken, J.J.C.
Koop· huur- en hijpotheek-bepalingen bij de Chinezen.
Het Regt in Nederlandsch·Indie, dl.20,.1862, pp.375 - 393.
Schlegel, G.
Wettelijke bepalingen omtrent de huwelijken in China en beschrijving der daartoe gebruikelijke plegtigheden.
Het Regt in Nederlandsch· Indie, dl.20, 1862, pp.394 - 408.
Schlegel, G.
De Chineesche eed.
Het Regt in Nederlandsch·Indie, dl.21, 1865, pp.247 - 259.
Louter, J. de
Handleiding tot de kennis van het staats· en administratief recht van Nederlandsch·
Indie.
's·Gravenhage: Nijhoff, 1875 (le dr) xi+454p., 1877 (2e omgew. uitg) 455p., 1884 (3e herz) xi:x+484p., 1895 (4e geh. Omgew.uitg.) xii+656p., 1904 (5e herz) xvi+713p.
Sibenius Trip, J.
De ordonnancie van 8 December 1855, Staatsblad no. 79.
176
Het Regt in Nederlandsch-Indie, dl.27, 1876, pp.65 - 100.
Sibenius Trip, J.
Moet de regter bij de toepassing van de chineesche wetten, instellingen en gebruiken, volgen de in China vigerende godsdienstige wetten, instellingen en gebruiken; dan wel het gewoonteregt bij de chinezen in Nederlandsch-Indie in gebruik?
Het Regt in Nederlandsch-Indie, dl.28, 1877, pp.65 - 66.
Sibenius Trip, J.
Is het den regter bij de toepassing der Chineesche godsdienstige wetten,
volksinstellingen en gebruiken, veroorloofd deskundigen te benoemen om zich door dezen ten aanzien van het regtspunt te doen inlichten?
Het Regt in Nederlandsch-Indie, dl.28, 1877, pp.66 - 69.
Meeter, P.
De regtstoestand der Chinesche vrouw.
Het Regt in Nederlandsch-Indie, dl.32, 1879, pp.345 - 373.
Meeter, P.
Mr. J.WT. Cohen Stuart over den regtstoestand der Chinesche vrouw.
Het Regt in Nederlandsch-Indie, dl.39, 1882, pp.316 - 325.
CAnoniem)
De nieuwe Wetgeveing voor Chineezen.
Recht en wet, afl.3, 1882, pp.135 - 161.
CAnoniem)
De Nieuwe Chineesche wetgeving.
Recht en wet, afl.3, 1882, pp.162 - 188.
CAnoniem)
Chineesch versterfrecht.
Recht en wet, afl.3, 1882, pp.189 - 192.
(Anoniem)
De Rechtstoestand der Chineezen.
Rechts en wet, afl.1, 1882, p.11.
Young,J.W.
Het testament bij de Chineezen.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.43, 1884, pp.330 - 339.
Young,J.W.
Het huwelijk bij de Chineezen te Padang. Matriarchaat in botsing met patriarchaat en daaruit voortvloeiende neiging om van het in China geeerbiedigde versterfrecht af te wijken.
De Indische gids, jrg.7, II, 1885, pp.1458 - 1479.
Young,J.W.
Versterfrecht, adoptie en pleegkinderen bij de Chineezen. Behandeling der betrekkelijke artikelen van het wetboek Tai Tshing Loet Le.
Tijdschrift voor Indische taal-, land- en volkenkunde, dl.31, 1886, pp.214 - 239.
Cordes, J.W.C.
De privaatrechterlijke toestand der vreemde oosterlingen op Java en Madoera.
Proefschrift (Doctor in de rechtswetenschap aan de Rijks-Universiteit te Leiden) Leiden: S.C. van Doesburgh, 1887, iv+ llOp.
Young,J.W.
Atoeran hak poesaka orang Tjina dan hal mengangkat anak: tersalin dari pada kitab hoekoem Tai Tshing Loet Le.
Batavia: Albrecht, 1887, 26p. (Batavia: Albrecht & Rusche, 1894, 26p.)
Fromberg, P.H.
De nieuwe faillissementswet en de vreemde oosterlingen.
Indisch weekblad van het recht, 1 mei 1899, p.69 - 71, 8 mei 1889, p. 73.
178
Albrecht, J.E.
Nota omtrent den staatsrechterlijke toestand der Chineezen in Ned.Indie, bijgewerkt tot ultimo December 1883.
Bijblad op het Indisch staatsblad, no. 4017, 1890.
Young,J.W.
De wetgeving ten aanzien van geheime genootschappen ofbroederschappen onder de Chineezen in de Strait's Settelements en in Nederlandsch-Indie.
Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie, jrg.19, nwe serie I, 1890, pp.179 - 208, 241 - 291.
Zorah, E.
De publiekrechtelijke toestand der vreemde oosterlingen in Nederlandsch Oost-Indie.
Proefschrift (Doctor in de rechtswetenschap aan de Rijks-Universiteit te Leiden) Leiden: Eduard Ijdo, 1890. III, 182p.
Groot, J.J.M. de.
De rechtstoestand van den Chineeschen emigrant.
De Indische tolk van het nieuws van de dag, no.69, 20 januari 1891, p. l.
Labrijn, J. W
Misbruiken bij faillissementen van vreemde oosterlingen.
Semarang: s.n., 1892. 14p.
(overdr. uit: De Locomotieg van 9, 10, 14 en 15 maart 1892.)
Groot, J.J.M. de
Heeft bezorgdheid voor overgrooten toevloed van Chineezen naar onze kolonien recht van bestaan?
Verslagen der vergaderingen (van het Indisch Genootschap), Number 3, 13 maart 1894, p.67 - 91.
Vellema, P.
Aanteekeningen omtrent de regeling van het rechtswezen voor de Chineezen op Java enMadoera.
De Indische gids, jrg.16, I, 1894, pp.l - 24, 220 - 243, 387 - 412.
Young,J.W.
Het huwelijk en de wetgeving dienaangaande in China.
Tijdscbrift voor Indische taal· land- .en volkenkunde, dl.38, a.fl. I en 2, I894, pp. I - 190.
Faber, G. von.
Het Familie· en Erfrecht der Chineezen in Nederlandsch·Indie.
Proefschrift (Doctor in de rechtswetenschappen, aan de Rijks·Universiteit te Utrecht) Leiden: Eduard Ijdo, I895, xii+ I58p.
Gennep, A. van.
Welke regelen gelden in Ned.-Indie voor den lijfsdwang van vreemde oosterlingen?
Indisch weekblad van het recht, jrg.33, No. I659, I895, pp.57 - 58.
Nederburgh, I. A.
Het Indisch Chineezen-recht der toekomst.
Wet en adat, jrg.I - 2, I896 - 97, pp.I - 136.
Smalt,M.G.
Minderjarigheid van den inlander.
Het Recht in Nederlandsch·Indie, dl.67, I896, pp.263 - 282.
Fromberg, P.H.
Mag een Chinees bij uitersten wil over zijn vermogen onbeperkt beschikken?
Het Recht in Nederlandsch·Indie, dl.66, I896, pp.I42 - I59, 265 - 3I6.
Young,J.W.
Aanteekeningen naar aanleiding van de verhandelingen van Mr. P.H. Fromberg ten aanzien van de vraag: Mag een Chinees bij uitersten wil over zijn vermogen onbeperkt beschikken?
Het Recht in Nederlandsch·Indie, dl.67, I896, pp.253 - 262.
Fromberg, P.H.
Nieuwe regeling van den privaatrechtelijken toestand der Chineezen: ontworpen op last der regeering van Nederlandsch·Indie.
Batavia, Landsdrukkerij, 1897. XI+288p.
ISO
Margadant, Chr. Willem.
Het regeeringsreglement van Nederlandsch-Indie.
Batavia etc.: Kolff etc., 1894-1897, 3dl.
Ontwerp etc.
Een Ontwerp regeling van den privaatrechtelijke toestand der Chineezen.
De Indische gids, jrg.19, II, 1897, p.1331- 1332.
De kamer van koophandel en nijverheid te Soerabaija
Eenige opmerkingen over het ontwerp eener nieuwe regeling van den privaatrechtelijken toestand der Chinnezen in Nederlandsch-Indie.
Soerabaia: E. Fuhri & Co., 1897. 130p.
Abendanon, J.H.
Nietigheid van Chineesche testamenten.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.70, 1898, pp.350, 435 - 441; dl.71, pp.93 - 96.
Borel, Henri.
Opmerkingen over de ontworpen ,,Nieuwe Regeling van den privaatrechtelijken toestand der Chineezen".
De Indische gids, jrg.20, 1898, II, pp. 780 - 799.
Groeneveldt, WP.
Advies over de ontworpen ,,Nieuwe Regeling van den privaatrechtelijken toestand der Chineezen".
De Indische gids, jrg.20, 1898, I, pp.389 - 400.
Groot, J.J.M. de.
De nieuwe Regeling van het Privaatrecht der Chineezen in onze kolonien.
De Indische gids, jrg.20, 1898, I, pp.133 - 149.
(Anoniem)
De privaatrechtelijke toestand der Chineezen in Nederlandsch-Indie.
Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie, jrg.2, 2e nwe serie 1898, pp.210 - 232.
Tjoa Sien Hie:
Regeling der erfopvolging bij versterf onder Chineezen en der adoptie vertaald in het Maleisch en Nederlandsch uit het Chineesche wetboek Taij Tjhing Loet Lie.
Soerabaia, Gimberg, 1900. 14p.
Borel, Henri.
De Chineezen in Nederlandsch-Indie.
Amsterdam.: L.J. Veen, 1900, 116p.
Sibenius Trip, J.
Heeft de wetgever in art. 75 al.3 en 4 van het Regeerings Reglement, voor zoover het Chineezen betreft, bedoeld, dat de rechter in die zaken waarin zij niet onderworpen zijn aan het Europeesche recht of zich niet vrijwillig daaraan hebben onderworpen, recht zal spreken volgens de godsdienstige wetten, instellingen en gebrU:iken zooals die in China vigeeren, dan wel naar die Indie onder hen bestaande?
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.74, 1900, pp.l - 3.
Stuart, H.N.
Over verdeeling van het familiegoed en stamvoortzetting bij de Chineezen.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.75, 1900, pp.273 - 306.
Tjoa Sien Hie.
Atoeran hak poesaka orang tjina dan hal mengangkat anak tersalin dari kitab hoekoem Taij Tjhing Loet Lie.
Soerabaia: Gebr. Gimberg & Co., 1900. lOp.
CAnoniem)
Chineesch recht; met Naschrift van Mr. I.A. Nederburgh.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.77, 1901, pp.463 - 470.
Gennep, A. van.
De testeervrijheid van Chineezen volgens het vonnis van den Raad van Justitie te Soerabaia dd. 23Augustus 1901.
Indisch weekblad van het recht, jrg.39, No. 1995, 1901, pp.151 - 152.
182
Halkema, W.
De ambtenaar voor Chineesche zaken Stuart en Tjoa Sien Hie's vertalingen uit den Taij Tjhing Loet Lie.
Soerabaija, Gimberg, 1901. 9p.
Heeckeren, C.W. van.
Beschouwingen over het voor Chineezen op Java geldende recht.
Semarang- Soerabaia: G.C.T. van Dorp & Co., 1901. 68p.
Kropveld, D.C.J.H.
De onbeperkte vrijheid van testeeren voor de Chineezen in Ned.-Indie, op wie de Europeesche wetgeving van toepassing is verklaard, uitvloeisel van art. 874 jo. 876 E.W.
Indische weekblad van het recht, jrg.39, No. 1996, 1901, pp.153 - 154.
Faes, J.
Over de erf'pachtsrechten uitgeoefend door Chineezen en de occupatie·rechten der inlandsche bevolking, op de gronden der particuliere landerijen ten westen der Tjimanoek.
Buitenzorg: Buitenzorgsche drukkerij, 1902. iv+209p.
Fromberg, P.H.
Rapport over de Chineezen-wetgeving.
Batavia, Landsdrukkerij, 1903. 66p.
<Anoniem)
Verandering van staat door onvolkomen adoptie.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.81, 1903, pp.463 - 481.
Gerritzen, F.H.
De legitieme portie der Chineezen. De circulaire van den Directeur van Justitie van 9 Februari 1903 aan de Weeskamer met nota.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.81, 1903, pp.1 - 11.
Kleintjes, Ph.
Het staatsrecht van Nederlandsch-Indie. Beginselen en beschouwingen.
Amsterdam: J.H. de Bussy, 1903 (1911 - 12: 2e herz), 2dl. vii+3+350p.
->Staatsinstellingen van Nederlandsch-Indie.
Amsterdam: De Bussy, 1917 - 18 (3de uitg), 1923 - 24 (4e herz), 1927 - 29 (5e herz), 1932 - 33 ( 6e herz.)
Nederburgh, I.A.
Het rapport over de Chineezenwetgeving van Mr. P.H. Fromberg.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.81, 1903, pp.426 - 446.
Bool,H.J.
De arbeidswetgeving in de Residentie Oostkust van Sumatra.
Utrecht: Bosch, 1904, V+ 136p.
Nederburgh, I.A
ZuiverChineesch- en -Mohammedaansch-Recht contra Indo-Chineesche en
Inlandsche adat in het begin der 19e eeuw (Toelichting van enkele resoluties van 1804 en 1805).
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.83, 1904, pp.403 - 422.
CAnoniem)
Indes Neerlandaises; situation juridique des Chinois.
Bulletin de la Societe d'Etudes Coloniales, 12eAnnee, No.11, November 1905, p.639 - 640.
Gennep, A. Van.
De absolute testeervrijheid van Chineezen volgens de jongste jurisprudentie der Raden van Justitie van Soerabaja en Semarang.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.87, 1906, pp.26 - 38.
CAnoniem)
Chineesch voogdijrecht.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.86, 1906, pp.1 - 6.
184
Walbeehm, AH.J.G.
De rechtstoestand der irnmigranten in N.I.
De Banier, jrg.1, no.51, 1909. P.605 - 608.
Wettum, B.A.J. van.
Aanteekeningen over Japansche adoptie en erfrecht en den Chineeschen invloed daarop.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.92, 1909, pp.I - 71.
Ezerman, J.L.J.F.
Twee Chineesche rechtsquesties.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.95, 1910, pp.339 - 354.
T.
Chineesche rechtspleging.
Weekblad voor Indie, jrg.8, No.48, 17 maart 1912, p.1134.
Fromberg, P.H.
De waardigheid van den Staat en het privaatrecht der Chineezen.
,s-Gravenhage, s.n., [1912]. 4p.
(overdr. uit: "Het Vaderland" 25th February 1912)
CAnoniem)
Statuten en huishoudelijk reglement der Vereeniging "Tjoeng Wah Whee" opgericht 15 April 1911.
Leiden, s.n., ca 1912. 16p.
Cordes, J.W.C.
Ontwerp eener regeling van den privaatrechtelijke toestand der Chineezen in Nederlandsch-Indie.
Weltevreden: N.V. Boelhandel Visser & Co., 1914. 28+8+ 1+2p.
Heyman,B.
Ontwerp van een regelment op het houden der registers van den burgerlijken stand voor de Chineezen in Nederlandsch-Indie.
Batavia: Druk G. Rolff & Co., 1914, 83p.
Wettum, BA.J.
Het familie- en erfrecht in het nieuw ontworpen Chineesche Burgerlijk Wetboek.
Het Recht in Nederlandsch-Indie, dl.102, 1914, pp.105 - 150.
Bliime, Scipio.
lets over den rechtstoestand der Chineezen.
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fi.skaalrecht, jrg.4, no.11, 1916, pp.247 - 253.
Fromberg, P.H.
De indo-Chineesche familie en de wetgeving: lezing gehouden voor Chung Hwa Hui te Amsterdam op den 15denApril 1916.
Delft: Grafe, [1916]. 27p.
Fromberg, P.H.
Nieuw recht voor de Indo-Chineezen.
De Indische gids, jrg.30, 1916, II, p.1288.
Wyboer,H.
Ad. Lett. 0. van art.i I. Staatsblad 1855 no.79.
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fiskaalrecht, jrg.4, no.20, 1916, pp.411 - 416.
Wyboer,H.
De privaatrechterlijke gevolgen der naturalisatie voor met inlanders gelijkgestelde ingezetenen van Nederlandsch-Indie (vreemde ooster!ingen).
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fi.skaalrecht, jrg.4, no.21, 1916, pp.419 - 428.
<Anoniem)
De nieuwe regeling van den privaatrechtelijke toestand der Chineezen.
De Indische gids, jrg.39, 1917, II, pp.1370 - 1372.
186
R.V
Het erfrecht van vreemde oosterlingen.
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fiskaalrecht, jrg.5, 1917, pp.233 - 237.
R.V
Het intestaat erfrecht der Chineesche weduwe.
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fiskaalrecht, jrg.5, 1917, pp.440 - 441.
CAnoniem)
Chineesch recht. Het huwelijk tusschen lieden met denzelfden familienaam.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.110, 1918, pp.51 - 57.
Berretty.
De rechtspositie der Chineezen.
De Indische gids, jrg.40, I, 1918, pp.316 - 319.
Ezerman, J.L.J.F.
Advies in zake Chineesch erfrecht.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.111, 1918, pp.265 - 268.
Cowan, F.J.H.
De nieuwe regeling van den privaatrechtelijken toestand en van den burgelijken stand der Chineezen.
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fiskaalrecht, jrg. 7, no.9, 1919, pp.145 - 158.
CAnoniem)
Privaatrechtelijke toestand der Chineezen.
De Indische gids, jrg.41, I, 1919, pp. 785 - 786.
Roeby,H.W.
Een en antler over adoptie volgens de regelen dienaangaande in Stbl. 1917 No. 129, besproken.
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fiskaalrecht, jrg.7, no.15, 1919, pp.244 - 248.
Roeby, H.W.
Het huwelijksvermogensrecht der Chineezen na 1 Mei 1919.
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fiskaalrecht, jrg. 7, no.11, 1919, pp.191 - 198.
Roeloffs Valk, J.W.
Het huwelijksvermogensrecht der Chineezen na 1 Mei 1919.
Tijdschrift voor notarisambt, venduwezen en fiskaalrecht, jrg.7, no.6, 1919, pp.85 - 87.
Fromberg, P.H.
De nieuwe Chineezenwetgeving. Transitoir recht en het ,,wettig nevenhuwelijk"
Indisch tijdschrift van het recht, dl.117, 1920, 'pp.333 - 346.
Maclaine Pont, A.J.G:
Een leemte in de Chineezenwet.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.116, 1920, pp.125 - 128.
Blom, P.A.F.
De Chineezen in Nederlandsch-Indie en hunne rechtsbedeeling.
Het Koloniaal weekblad, 17 december 1925, pp.l - 3.
Brokx, Wouter.
Het recht tot wonen en tot reizen in Nederlandsch-Indie.
Proefschrift (Doctor in de rechtsgeleerdheid aan de Rijks-Universiteit te Leiden) 's-Hertogenbosch: Teulings, 1925, IX,+236p.
<Anoniem)
lets over Chineesche adathuwelijken in verband met art. 530 en 510 W v.S.
De Nederlandsch Indische politiegids, jrg.9, 1925, pp.298 - 301.
Lem,M.H.
Interpretatie van S. 1917: 129 jo. S.1924: 557.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.122, 1925, p.540 - 542.
188
Fromberg, P.H.
Mr. P. H. Fromberg's verspreide gescbriften, verzameld door Chung Hwa Hui, Chineesche vereeniging in Nederland.
Leiden, Leidsche Uitgeversmaatschappij, 1926. IX+ 815p.
Kwee Thiam Liong.
De gerechtelijke eed bij de Chineezen.
*
Landsdienaar, 1926, 369p.
Phoa Liong Gie.
De rechtstoestand der Chineezen in Indonesie.
Chung Hwa Hui Tsa Chih, jrg.5, no.2, 1926, pp.56 - 60.
CAnoniem)
Verbetering van gegevens voor Chineezenrecht, vooral op Java.
Adatrechtbundels, dl.25, 1926, p.425,435.
Leclercq, W. L.
De persoonlijke rechtstoestand der Chineezen in Indie, nu en in de toekomst.
Weekblad voor privaatrecht, notarisambt en registratie, jrg.61, No.3140, 1, maart, 1930, pp.112 - 114.
CAnoniem)
Strafrechtelijke gelijkstelling der Chineezen.
De Nederlandsch Indische politiegids, jrg.14, 1930, pp.273 - 280.
CAnoniem)
Vereenvoudiging van het strafprocesrecht voor Europeanen.
Toelichting en ontwerp·ordonnantie, houdende wijzigingen van het Nederlandsch- Indisch strafprocesrecht in verband met de voorgenomen onderwerping van de Chineezen aan de strafrechtspleging voor Europeanen.
Batavia: Drukkerij Visser & Co., 1930. iii+ 96p.
Ko Kwat Tion.
Over het strafprocesrecht van de Chineezen.
De Locomotief, Chinanummer 1931.
Kollewijn, R.D.
De moderne Chinese kodifikatie.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.132, 1931, pp.323 - 340.
Kollewijn, R.D.
Het moderne Chinese familierecht.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.134, 1931, pp.107 - 111.
Kollewijn, R.D.
Nieuwe arresten van het Hooggerechtshof over Chinees familierecht.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.135, 1932, pp.9 - 31.
Prins, W.F.
De bevolkingsgroepen in het Nederlandsch-Indische recht.
Koloniale studien, jrg.17, II, no.6, 1933, pp.652 - 688.
Mastenbroek, WE. van.
De historische ontwikkeling van de staatsrechtelijke indeeling der bevolking van Nederlandsch· Indie.
Proefschrift (Doctor in de rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam) Wageningen: H. Veenman & Zonen, 1934. 116p.
(Anoniem)
Statuten dan huishoudelijk reglement dari vereeniging Hoo Hap tjabang Batavia (~e;
:ltiX:fll
i!:@;fil!).Batavia, Hoo Hap, 1934, 50p.
Valk, M.H. van der
Het nieuwe Chineesche strafwetboek.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.141, 1934, pp.745 - 758.
Flines, J.J. de
Caveant consules ! Het op chineezen·vreemdelingen toetepassen recht.
190
Indisch tijdschrift van het recht, cU.141, 1935, pp.343-348.
Ko Tjay Sing.
Rechtspositie van de gehuwde Chineesche vrouw volgens Staatsblad 1855 no. 79.
In: Sin Po. Jubileumnummer 1910 - 1935 (Uf':!~ilf¥RitJL~ff.i'f.2.~!l<fflj)
Batavia ca 1935. 4p.
Lie Tjong Tie.
Wenschelijke-wijzigingen in het Chineezenprivaatrecht.
In: Sin Po. Jubileumnummer 1910 - 1935 (Uf':!~*JT¥RitJL~ff.i'f.t.~!l<fflj)
Batavia ca 1935. lp.
Han Swie Tian,
Bijdrage tot de kennis van het familie- en erfrecht der Chineezen in Nederlandsch- Indie.
Proefschrift (Doctor in de rechtsgeleerdheid aan de Rijks-Universiteit te Utrecht) Amsterdam: J.G. Deerenberg, 1936. 139p.
Valk, M.H. van der.
De rechtspositie der Chineezen in Nederlandsch-Indie.
Koloniale studien, jrg.20, no.5 - 6, 1936, pp.13 - 30.
Valk, M.H. van der
De ontwikkeling van het beginsel der vrijheid van huwelijk in China.
Indisch tijdschrift van het recht, dl.146, 1937, pp.311 - 328, 415 - 436.
Neytzell de Wilde, A.
Het ontwaken van het Oosten en de Indische rechtsbedeeling.
Koloniaal tijdschrift, jrg.28, 1939, pp.349 - 359.
Boon,E.
Huwelijken van minderjarige Nederlanders, wier ouders in bezet Nederland wonen, alsmede een tweetal beslissingen en uitgebrachte adviezen betreffende dispensatie (artt. 29 en 48 B.W.).
Indisch tijdschrift van het recht, cU.153, 1941, pp.611 - 614.
Kollewijn, R. D.
lets over de Chinese adoptie in Nederlands-Indie.
In: Oey '!Jeng Sit; Liem Tok Dijen; Chung Hua Hui, Lustrumnummer van Chung Hwa Hui Tsa Chili.
Leiden: Chung Hua Hui, 1941, pp.23 - 45.
192